Terug naar home
Dag 3

Voorrang & kruispunten

Altijd weten wie voorrang heeft — en waarom.

Kruispunt met haaientanden en geel voorrangsbord, gezien vanaf de Urus

Wat je vandaag leert

  • Voorrang verlenen en krijgen
  • Gelijkwaardige kruispunten
  • Voorrangsborden
  • Verkeerslichten
  • Afslaan en rechtdoor
  • Rotondes
  • Voetgangers en fietsers
  • Veelgemaakte voorrangsfouten

Lesstof

Les 1

De volgorde van voorrangsregels

Op elk kruispunt loop je dezelfde volgorde af. Zo weet je altijd wie eerst mag, ook bij lastige situaties.

  • 1. Verkeersregelaar of politie.
  • 2. Verkeerslichten.
  • 3. Verkeersborden en haaientanden.
  • 4. Verkeersregels (o.a. rechts gaat voor).
Les 2

Gelijkwaardige kruispunten

Staan er geen borden, lichten of haaientanden? Dan is het kruispunt gelijkwaardig en geldt: bestuurders van rechts gaan voor.

  • Ook een fietser of bromfietser van rechts gaat voor.
  • Trams gaan in principe altijd voor, ook van links.
  • Afslaand verkeer laat rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voorgaan.
Les 3

Rotondes

Op de meeste Nederlandse rotondes staan haaientanden: verkeer op de rotonde gaat voor. Bij het verlaten geef je richting aan naar rechts.

  • Bij het oprijden alleen richting aangeven als je meteen rechtsaf gaat.
  • Fietsers op een rotonde binnen de bebouwde kom hebben vaak voorrang — let op de haaientanden.
  • Verlaat je de rotonde? Kijk in je rechterspiegel en dode hoek.
Les 4

Voorrang versus voor laten gaan

Het CBR maakt onderscheid tussen 'voorrang verlenen' (verkeer dat rijdt niet hinderen) en 'voor laten gaan' (ruimte geven).

  • Voorrang verlenen: bestuurders op de kruisende weg mogen niet afremmen of uitwijken door jou.
  • Voor laten gaan geldt o.a. voor voetgangers op een zebrapad en de lijnbus die binnen de kom vertrekt.
  • Bijzondere manoeuvres (wegrijden, keren, achteruitrijden, parkeervak verlaten, van rijstrook wisselen): jij verleent voorrang aan al het andere verkeer.
  • Uitrit of erf verlaten is ook een bijzondere manoeuvre: jij verleent voorrang, ook aan fietsers en voetgangers.
  • Twee bijzondere manoeuvres tegelijk? Dan geldt weer 'rechts gaat voor'.
Les 5

Trams, hulpdiensten en militaire colonnes

Uitzonderingen op de voorrangsregels waar veel kandidaten op zakken.

  • Een tram gaat op gelijkwaardige kruispunten altijd voor, ook van links.
  • Uitzondering: sta jij op een voorrangsweg of heeft de tram haaientanden, dan geldt het bord.
  • Voorrangsvoertuig (blauw zwaailicht + sirene): laat het altijd voorgaan, ook door rood — zonder gevaar te veroorzaken.
  • Een militaire colonne of uitvaartstoet mag je niet doorsnijden.
  • Bij een file op een kruispunt rijd je het kruispunt niet op als je er niet af kunt.
Les 6

Rotondes en afslaan in detail

Rotondevragen komen vrijwel altijd terug op het theorie-examen.

  • Meestal haaientanden bij het oprijden: verkeer op de rotonde gaat voor.
  • Bij oprijden geef je géén richting aan (behalve direct rechtsaf); bij verlaten wél rechts.
  • Op een rotonde binnen de bebouwde kom hebben fietsers vaak voorrang; buiten de kom meestal niet — kijk naar de haaientanden.
  • Linksaf op een kruispunt: eerst tegemoetkomend rechtdoorgaand verkeer én rechtdoorgaande fietsers voor laten gaan.
  • Rechtsaf: kijk in je rechterspiegel en dode hoek voor fietsers en bromfietsers.
  • Blijf op een meerstrooksrotonde op je eigen strook en wissel niet tijdens het rijden op de rotonde.

Oefenen

Situatie → nadenken → antwoord → uitleg. Vraag daarna door aan de AI-assistent.

1. Je rijdt rechtdoor op een gelijkwaardig kruispunt. Van rechts komt een fietser. Wie gaat eerst?

2. Een verkeersregelaar geeft een teken dat afwijkt van het groene licht. Wat volg je?

3. Je wilt linksaf op een kruispunt. Tegemoetkomend verkeer gaat rechtdoor. Wie gaat eerst?

4. Je nadert een gelijkwaardig kruispunt. Van rechts nadert een tractor. Wie gaat er eerst?

5. Je wilt een rotonde verlaten. Wat is verplicht?

6. Je slaat linksaf. Uit de tegengestelde richting komt een auto die rechtdoor gaat. Wie gaat eerst?

7. Een tram nadert het gelijkwaardige kruispunt van links. Wat doe je?

8. Je krijgt groen licht, maar op het kruispunt staat nog verkeer stil. Wat doe je?

9. Wanneer moet je voorrang verlenen aan een voorrangsvoertuig?

10. Je rijdt rechtdoor op een voorrangsweg. Van rechts komt een auto van een uitrit. Wie gaat eerst?

Score: 0 / 10